Spring naar inhoud

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Operationele leaseverplichting

De verplichtingen uit hoofde van met derden aangegane operationele lease overeenkomsten bedragen voor het komende jaar € 6.000, voor de periode 1-5 jaar € 23.000 en voor de periode daarna € 6.000. De totale verplichting bedraagt € 35.000 (2024 € 50.000). Het betreft een leaseovereenkomst voor printers.

Verplichtingen uit aanneemovereenkomsten

Eind 2025 heeft WVH verplichtingen uit aanneemovereenkomsten van € 0,45 miljoen voor planmatig onderhoud en voor €21,0 miljoen voor de projecten Oranjepannenbuurt en Korrelbeton.

Erfpacht

WVH heeft in 2008 de totale erfpachtverplichting afgekocht. Er resteren nog enkele kleine percelen waarvoor een jaarlijkse canon wordt betaald. Totaal € 3.200 per jaar.

Fiscale eenheid

WVH vormde tot de opheffing van deze deelneming een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting met WVH Deelnemingen BV. Op grond van de standaardvoorwaarden zijn WVH en haar dochteronderneming hoofdelijk aansprakelijk voor de door de entiteiten verschuldigde belastingen.

Pensioenverplichtingen

De gehanteerde pensioenregeling van WVH is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:

  • Er is sprake van een middelloonregeling. 
  • Er is sprake van een ouderdoms- en nabestaandenpensioen. 
  • De pensioen(richt)leeftijd is 68 jaar. 
  • De regeling kent een partner- en wezenpensioen, waarbij het partner- en wezenpensioen is verzekerd door middel van een opbouwregeling (uitkeringsovereenkomst). Voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen stelt het bestuur van het pensioenfonds jaarlijks een premie vast. Deze is momenteel vastgesteld op 27% van de pensioengrondslag gecorrigeerd met de deeltijdfactor. 
  • Als de middelen van het pensioenfonds het toelaten, zal het bestuur van het pensioenfonds de ingegane pensioenen en de premievrije aanspraken van gewezen deelnemers aanpassen overeenkomstig de afgeleide consumentenprijsindex voor alle huishoudens. Voor actieve deelnemers geldt dat het bestuur streeft naar verhoging met de loonontwikkeling van de branche Woningcorporaties. De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslagverlening en het is voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening zal plaatsvinden. Het bestuur van het pensioenfonds beslist evenwel in hoeverre pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken worden aangepast.

De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn:

  1. Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en bestuurders van de toegelaten instelling [en haar groepsmaatschappijen]. 
  2. De toegelaten instelling [en haar groepsmaatschappijen] is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting. 
  3. Er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.

De (maand)dekkingsgraad van SPW bedraagt ultimo 2025 143,1% (ultimo 2024: 129,0%). Sinds 1 januari 2026 werkt SPW volgens de nieuwe pensioenregels. In dit nieuwe stelsel wordt de dekkingsgraad niet meer gebruikt, maar wordt het 'overschot' verdeeld over persoonlijke pensioenpotten en een aantal reserves. 

Heffing voor saneringssteun

De Autoriteit Woningcorporaties kan aan de corporatiesector een heffing voor saneringssteun opleggen. Jaarlijks wordt bepaald of een heffing noodzakelijk is. Voor 2025 is geen heffing in rekening gebracht.

Er zijn op dit moment geen indicaties die erop wijzen dat in de komende 5 jaren sprake zal zijn van een saneringsheffing. Ook zal door de voorziene wijziging van de wet op dit punt sanering minder snel aan de orde zijn. Hierdoor is nu de verwachting dat er in de prognosejaren geen beroep zal worden gedaan op sanering. Anders dan vorig jaar hoeven corporaties daarom geen bedrag hiervoor op te nemen. Hierbij wordt opgemerkt dat afhankelijk van nieuwe ontwikkelingen of nieuwe inzichten de verwachtingen op enig moment anders kunnen worden.

Wet ketenaansprakelijkheid

WVH maakt voor haar werkzaamheden gebruik van onderaannemers. WVH maakt bij haar onderaannemers gebruik van de BTW verleggingsregeling wat inhoudt dat WVH de verschuldigde BTW afdraagt aan de fiscus. WVH betaalt daarnaast de verschuldigde loonheffingscomponent op de G-rekening van de onderaannemers. Door deze maatregelen heeft WVH het risico uit hoofde van ketenaansprakelijkheid geminimaliseerd.

Obligoverplichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

WVH is als deelnemer aangesloten bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). In dat kader is WVH verplicht bij te dragen aan het risicovermogen van het fonds indien dit onder het door WSW gestelde minimum daalt of indien renteloze leningen (van het Rijk of gemeenten) moeten worden afgelost. Deze verplichting bestaat uit twee componenten:

  • Jaarlijks obligo: dit betreft een mogelijke jaarlijkse heffing van maximaal 0,25% van het netto geborgde schuldrestant per 31 december van het voorgaande jaar. WSW gebruikt deze bijdrage ter aanvulling van het risicovermogen of voor de aflossing van renteloze leningen. Voor 2025 was de jaarlijkse obligo voor WVH 0,0269%, voor begrotingsdoeleinden adviseert WSW om structureel een percentage van 0,167% in te rekenen.
  • Gecommitteerd obligo: dit betreft een aanvullende verplichting tot maximaal 2,6% van het netto schuldrestant, waarvoor WVH een obligolening aangaat. Indien het jaarlijks obligo ontoereikend is, kan WSW op dit gecommitteerde obligo een beroep doen. De verplichting kan worden voldaan via een trekking op de obligolening of door storting van liquide middelen.

De omvang van deze verplichtingen en eventuele inning worden jaarlijks door WSW vastgesteld en schriftelijk aan WVH meegedeeld. WSW streeft ernaar het aantal betalingsmomenten per jaar te beperken tot één.