12.9Toelichting op de balans per 31 december 2025
12.9.1 Immateriële vaste activa
| x€ 1.000 | |
|---|---|
| Stand per 1 januari | |
| Cumulatieve verkrijgingsprijs | 492 |
| Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen | -123 |
| Boekwaarde per 1 januari | 369 |
| Mutatie | |
| Investeringen | - |
| Desinvesteringen | - |
| Afschrijvingen | -62 |
| Afschrijvingen desinvesteringen | - |
| Afwaardering | - |
| Totaal mutaties | -62 |
| Boekwaarde per 31 december | |
| Aanschafwaarde | 492 |
| Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen | -185 |
| Boekwaarde per 31 december | 308 |
De immateriële vaste activa bestaat uit geactiveerde kosten m.b.t. het ERP pakket.
12.9.2 Vastgoedbeleggingen
12.9.2.1 DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie
| x€ 1.000 | Totaal | DAEB | niet DAEB |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | |||
| Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs | 97.170 | 84.856 | 12.314 |
| Cumulatieve herwaardering | 324.234 | 295.826 | 28.409 |
| Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen | -527 | -524 | -3 |
| Boekwaarde per 1 januari | 420.877 | 380.157 | 40.720 |
| Mutaties | |||
| Investeringen - opleveringen nieuwbouw | - | - | - |
| Investeringen - initiële verkrijgingen | - | - | - |
| Investeringen - uitgaven na eerste verwerking | 7.765 | 7.763 | 2 |
| Desinvesteringen | - | - | - |
| Overboekingen tussen DAEB en niet-DAEB vastgoed in Exploitatie | - | - | - |
| Aanpassing Marktwaarde | 8.597 | 8.885 | -288 |
| Overige mutaties | -14.827 | -14.827 | - |
| Totaal mutaties | 1.535 | 1.821 | -286 |
| Stand per 31 december | |||
| Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs | 90.108 | 77.792 | 12.316 |
| Cumulatieve herwaardering | 350.696 | 322.577 | 28.119 |
| Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen | -467 | -467 | -1 |
| Boekwaarde per 31 december | 440.336 | 399.902 | 40.434 |
Marktwaarde
Zowel het Daeb- als het niet-Daeb-vastgoed in exploitatie is gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat die is bepaald op basis van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’, die als bijlage is opgenomen bij de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (RTIV). Hierbij wordt op basis van de toekomstige kasstromen de marktwaarde middels de Discounted Cash Flow (DCF) Methode bepaald. Bij het bepalen van de marktwaarde is de basisversie van het waarderingshandboek gehanteerd. De variabelen in de berekening zijn conform het waarderingshandboek gehanteerd. Aangezien de basisversie van het waarderingshandboek is gehanteerd, is de marktwaarde niet gebaseerd op een waardering door een onafhankelijke en ter zake deskundige taxateur.
WVH heeft per 31-12-2025 twee renovatieprojecten in uitvoering, de Oranje Pannenbuurt en Korrelbeton. Gedurende de uitvoering van deze renovatieprojecten blijft het vastgoed cf. de RJ opgenomen onder vastgoed in exploitatie. De waardering van deze twee complexen wordt aangepast voor de effecten van het project, waarbij rekening wordt gehouden met de voorziening voor de onrendabele top (ORT) en de reeds gemaakte investeringskosten.
Per balansdatum is de waardering van de lopende renovatieprojecten als volgt:
- Oranje Pannenbuurt: De waardering bedraagt € 56,7 miljoen, gebaseerd op een marktwaarde van € 64,4 miljoen, verminderd met een ORT van € 13,9 miljoen en vermeerdert met € 6,2 miljoen aan reeds gemaakte kosten.
- Korrelbeton: De waardering bedraagt € 15,1 miljoen, gebaseerd op een marktwaarde van € 14,6 miljoen, verminderd met een ORT van € 0,9 miljoen en vermeerdert met € 1,5 miljoen aan reeds gemaakte kosten.
Bij oplevering van de renovatieprojecten wordt het effect van het project op de waardering van het vastgoed volledig verwerkt binnen het eigen vermogen, conform de geldende verslaggevingsregels.
Complexindeling
Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden, dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat verkocht kan worden. Er bestaat geen minimum of maximum voor het aantal verhuureenheden in een waarderingscomplex. Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit zowel daeb- als niet-daeb-vastgoed.
Op basis van bovenstaande criteria heeft WVH in totaal 55 waarderingscomplexen geïdentificeerd.
Parameters
Bij het bepalen van de toekomstige kasstromen voor de DCF-berekening is voor de woongelegenheden gebruik gemaakt van de parameters uit het waarderingshandboek. De hierbij gehanteerde disconteringsvoet ligt tussen de 5,11% en 9,71%.
Verstrekte zekerheden
Zonder toestemming van het WSW is het de corporatie niet toegestaan om de woningen die met door het WSW geborgde leningen zijn gefinancierd te bezwaren met een beperkt recht (recht van pand/hypotheek, recht van opstal, recht van erfpacht, recht van vruchtgebruik) of de verplichting aan te gaan om deze woningen met een zekerheidsrecht te bezwaren (positieve hypotheekverklaring). Als gevolg hiervan zijn de woningen die met geborgde leningen zijn gefinancierd, niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. Daarnaast heeft het WSW recht van eerste hypotheek op de woningen van de corporatie betreffende de door het WSW geborgde financiering.
Voor de door het WSW verstrekte borgstelling heeft de corporatie een obligoverplichting, gebaseerd op de omvang van de door het WSW geborgde leningen. Deze obligoverplichting is in de toelichting op de balans vermeld onder de Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa. Al het vastgoed is verzekerd tegen herbouwwaarde.
In de post Daeb-vastgoed in exploitatie zijn 1.858 (2024: 1.858) verhuureenheden opgenomen en in de post Niet-daeb-vastgoed in exploitatie zijn 159 (2024: 159) verhuureenheden opgenomen. De geschatte waarde gebaseerd op de WOZ-beschikkingen 2025 van deze verhuureenheden bedraagt € 618.777.000 (2024 € 599.775.000). De WOZ-waarde 2025 heeft voor € 562.227.000 (2024: € 543.616.000) betrekking op het Daeb-vastgoed in exploitatie en voor € 56.550.000 (2024: 56.159.000) op het Niet-Daeb-vastgoed in exploitatie
Gevoeligheidsanalyse marktwaarde
| Scenario x€ 1.000 |
Effect marktwaarde TI | Effect marktwaarde Daeb | Effect marktwaarde niet-Daeb |
|---|---|---|---|
| Disconteringsvoet +0,5% | -22.604 | -20.348 | -2.257 |
| Disconteringsvoet -0,5% | 49.727 | 44.610 | 5.117 |
| Markthuur +10% | 11.099 | 8.952 | 2.147 |
| Markthuur -10% | -4.214 | -3.708 | -506 |
| Leegwaarde +10% | 29.230 | 26.827 | 2.403 |
| Leegwaarde -10% | -20.130 | -18.896 | -1.234 |
12.9.2.2 Beleidswaarde
| x€ 1.000 | TI | DAEB | Niet-DAEB |
|---|---|---|---|
| Beleidswaarde 2025 | 179.759 | 155.516 | 24.243 |
| Beleidswaarde 2024 | 169.024 | 144.122 | 24.902 |
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
| x€ 1 | DAEB | Niet-DAEB |
|---|---|---|
| Gemiddelde streefhuur per maand | 739 | 1.099 |
| Norm beheerlasten per jaar per woning | 1.139 | 1.139 |
| Gemiddelde jaarlijkse onderhoudslasten per woning | 3.999 | 4.510 |
| Aantal verhuureenheden met EFG label | 132 | 0 |
Streefhuur
Het afgelopen jaar lag de gemiddelde streefhuur bij verhuring op 99,7% van de gemiddelde in het beleid opgenomen streefhuur. Gezien dit nagenoeg een volledige realisatie van de streefhuur is, is er op de in de beleidswaarde ingerekende streefhuur geen afslag genomen ten opzichte van het door WVH gehanteerde streefhuurbeleid.
Onderhoud
De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:
- Reparatie- en klachtenonderhoud
- Mutatieonderhoud
- Contractonderhoud
- Planmatig onderhoud
De in de meerjarenonderhoudsbegroting. opgenomen geschatte lasten inzake Reparatie- en klachtenonderhoud alsmede mutatie onderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de bouwkostenindex.
Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.
Het planmatige onderhoud is gebaseerd op de meerjarenonderhoudsbegroting. (MJOB) van WVH. De MJOB gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van minimaal een conditiescore 4.
WVH beschikt over een door het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde MJOB voor 60 jaar. De MJOB is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bezit. Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht WVH-conditiemetingen. Hiertoe hanteert WVH een periodieke actualisatie.
Bij het opstellen van de MJOB houdt WVH rekening met actuele prijspeil data gebaseerd op 2026.
De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex. De omvang van het planmatige onderhoud als geheel tendeert derhalve naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt derhalve onder de aanwezige schattingsonzekerheid.
In de MJOB houdt WVH rekening met de volgende cycli:
| Type | Periodiciteit |
|---|---|
| Schilderwerk | 6 tot 7 jaar |
| Keukens | 20 jaar |
| Badkamer | 25 jaar |
| Toilet | 25 jaar |
De MJOB is opgesteld rekening houdend met verwachte toekomstige ingrijpende verbouwingen, renovaties, sloop, nieuwbouw en verkoop. Ten behoeve van de beleidswaarde die gebaseerd dient te worden een 60 jaren doorlopende exploitatieperiode zijn de volgende correcties doorgevoerd op de MJOB:
- De levensduur van de complexen is verlengd naar 60 jaar
- Sloopcomplexen zijn opgevoerd qua verwacht onderhoud op basis van het behouden van een minimale conditiescore van 4.
- Ingrijpende verbouwingen en renovaties zijn aangepast naar een situatie waarbij regulier instandhoudingsonderhoud plaats zou vinden
- Nieuwbouw en verkoop is buiten beschouwing gelaten.
EFG labels
WVH heeft nog 132 eenheden waarop een EFG label van toepassing is. Voor deze complexen is een correctie doorgevoerd op de beleidswaarde, conform het handboek marktwaardering 2025.
Achterstallig onderhoud
In de marktwaarde is voor € 45.375 aan uitgaven opgenomen voor het wegwerken van achterstallig onderhoud. Dit is verwerkt in de MJOB van WVH. Voor de beleidswaarde is het bedrag aan achterstallig onderhoud derhalve op 0 gezet.
Beheerlasten
De beheerlastennorm is gebaseerd op de door het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde Meerjarenbegroting 2026 - 2040.
Sensitiviteitsanalyse
De bepaling van de beleidswaarde is aan schattingen onderhevig. Teneinde inzicht te geven in de potentiële impact van een alternatieve schatting op de beleidswaarde uitkomst hebben wij de navolgende sensitiviteitsanalyse verricht. In onderstaande tabel wordt aangegeven welke effect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde 2025:
| Scenario | Effect beleidswaarde | Effect beleidswaarde | Effect beleidswaarde |
|---|---|---|---|
| x€ 1000 | TI | DAEB | Niet-DAEB |
| Markthuur +10% | 729 | 682 | 48 |
| Markthuur -10% | -729 | -682 | -47 |
| Onderhoud +€100 | -7.791 | -7.301 | -490 |
| Onderhoud -€100 | 7.791 | 7.301 | 490 |
| Beheer +€100 | -7.791 | -7.301 | -490 |
| Beheer -€100 | 7.791 | 7.301 | 490 |
12.9.3 Materiële vaste activa
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
| x€ 1.000 | Kantoorgebouw | Inventaris | Vervoermiddelen | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | ||||
| Cumulatieve verkrijgingsprijs | 2.820 | 307 | 13 | 3.140 |
| Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen | -1.868 | -198 | -13 | -2.078 |
| Boekwaarde per 1 januari | 952 | 109 | 0 | 1.061 |
| Mutaties | ||||
| Investeringen | 24 | 23 | 49 | 95 |
| Aanschafwaarde desinvesteringen | -793 | - | - | -793 |
| Cumulatieve afschrijving desinvesteringen | 749 | - | - | 749 |
| Afschrijvingen | -80 | -34 | -8 | -123 |
| Totaal mutaties | -101 | -11 | 40 | -72 |
| Stand per 31 december | ||||
| Cumulatieve verkrijgingsprijs | 2.051 | 330 | 62 | 2.442 |
| Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen | -1.199 | -232 | -21 | -1.452 |
| Boekwaarde per 31 december | 851 | 98 | 41 | 990 |
Waarderingsmethodiek
De afschrijvingen op de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn bepaald volgens de lineaire methode rekening houdend met een eventuele restwaarde, onder toepassing van de componentenbenadering en gebaseerd op onderstaande verwachte gebruiksduur.
| Categorie | Subcategorie | Afschrijftermijn (in jaren) |
|---|---|---|
| Kantoorgebouw | Bedrijfsterreinen | Geen afschrijving |
| Erfpacht | 50 | |
| Bedrijfsgebouw | 40 | |
| Verbouwingen | 10 tot 25 | |
| Installaties | 10 | |
| Inventaris | Meubilair | 7 tot 10 |
| ICT en Telefonie | 3 tot 5 | |
| Overig | 3 tot 7 | |
| Vervoermiddelen | Vervoermiddelen | 3 tot 6 |
12.9.4 Vorderingen
De vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter ervan en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd.
Huurdebiteuren
| x€ 1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Huurdebiteuren | 383 | 263 | |
| Voorziening dubieuze debiteuren | -242 | -192 | |
| Totaal | 141 | 71 |
Overige vorderingen
| x€ 1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Overige debiteuren | - | 89 | |
| Voorziening overige debiteuren | - | - | |
| Overige kortlopende vorderingen | 212 | 10 | |
| Totaal | 212 | 99 |
Overlopende activa
| x€ 1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Overlopende activa | 243 | 256 | |
| Totaal | 243 | 256 |
12.9.5 Liquide middelen
| x€ 1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Rekening-courant | 289 | 194 | |
| Spaarrekening | 396 | 1.689 | |
| Totaal | 685 | 1.893 |
Het saldo van de liquide middelen staat ter vrije beschikking. WVH heeft een kredietfaciliteit van € 3.500.000 bij de BNG en € 500.000 bij de Rabobank.
12.9.6 Eigen vermogen
Herwaarderingsreserve
| x€ 1.000 | TI | DAEB | niet DAEB |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 323.885 | 295.478 | 28.408 |
| Realisatie uit hoofde van verkoop | - | - | - |
| Realisatie uithoofde van sloop | - | - | - |
| Realisatie uithoofde van nieuwbouw | - | - | - |
| Overboeking overige reserves | 19.348 | 19.637 | -289 |
| Stand per 31 december | 343.233 | 315.114 | 28.119 |
De mutatie van de herwaarderingsreserve wordt in 2025 volledig veroorzaakt door mutaties in de marktwaarde en historische kostprijs van het vastgoed in exploitatie.
Overige reserves
| x€ 1.000 | |
|---|---|
| Stand per 1 januari | 41.689 |
| Resultaat boekjaar | 30.169 |
| Overboeking herwaarderingsreserve | -19.348 |
| Stand per 31 december | 52.510 |
De overige reserve is binnen de doelstelling van de toegelaten instelling vrij beschikbaar. Jaarlijks wordt het resultaat, na vaststelling door de Raad van Commissarissen aan deze post toegevoegd of onttrokken.
12.9.7 Voorzieningen
12.9.7.1 Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen
| x€ 1.000 | |
|---|---|
| Stand per 1 januari | 14.827 |
| Dotatie | - |
| Vrijval | - |
| Onttrekking | -14.827 |
| Stand per 31 december | - |
310 Oranje pannenbuurt
| x€ 1.000 | |
|---|---|
| Stand per 1 januari | 13.890 |
| Dotatie | - |
| Vrijval | - |
| Onttrekking | -13.890 |
| Stand per 31 december | - |
320 Korrelbeton
| x€ 1.000 | |
|---|---|
| Stand per 1 januari | 937 |
| Dotatie | - |
| Vrijval | - |
| Onttrekking | -937 |
| Stand per 31 december | - |
12.9.7.2 Overige voorzieningen
| x€ 1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Voorziening Jubilea | 12 | 15 | |
| Voorziening loopbaanontwikkelbudget | 43 | 28 | |
| Totaal | 55 | 43 |
12.9.8 Langlopende schulden
| x€ 1.000 | |
|---|---|
| Stand per 1 januari | 38.161 |
| Opgenomen gelden | 6.500 |
| Afgelost in boekjaar | -21 |
| Aflossingsverplichting komend boekjaar | -2.101 |
| Stand per 31 december | 42.539 |
Alle leningen die WVH heeft aangetrokken bij kredietinstelling zijn voor 100% geborgd door het WSW. De gemiddelde gewogen rentevoet van de langlopende schulden is in 2025 1,60% (2024: 1,63%). De lening portefeuille per ultimo 2025 met een resterende looptijd langer dan 1 jaar bedraagt € 42,5 miljoen, hiervan dient € 8,82 miljoen binnen de komende 5 jaar afgelost te worden.
Marktwaarde leningen
De marktwaarde van de leningen is door het WSW berekend en bedraagt per 31 december 2025 € 42,0 miljoen (2024: € 41,9 miljoen).
12.9.9 Kortlopende schulden
Alle kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan één jaar.
Schulden aan banken
| x €1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Schulden aan banken | 2.104 | 4.083 |
De kortlopende schulden aan kredietinstellingen betreffen (eind)aflossingen op de langlopende lopende schulden en het kortlopende agio op de Vestialening.
Schulden aan leveranciers en handelskredieten
| x €1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Crediteuren | 1.466 | 513 |
Belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen
| x €1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Vennootschapsbelasting | - | 656 | |
| Omzetbelasting | 986 | 97 | |
| Loonheffing en sociale lasten | 84 | 65 | |
| Pensioenen | 23 | 19 | |
| Totaal | 1.093 | 836 |
Bij het bepalen van de fiscale positie 2025 is ingeschat dat er geen vennootschapsbelasting voor aangiftejaar 2025 verschuldigd is. De overige posten hebben betrekking op de aangiften/ afdrachten over het laatste kwartaal van 2025.
Overige schulden
| x €1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Te verrekenen leveringen en diensten | 43 | 4 |
Overlopende passiva
| x €1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Niet vervallen rente langlopende schulden | 222 | 246 | |
| Vooruitontvangen huren | 213 | 183 | |
| Terug te betalen subsidie lemairepark | 80 | - | |
| Overige overlopende passiva | 145 | 148 | |
| Totaal | 660 | 577 |
De overige overlopende passiva betreffen verplichtingen jegens het personeel waaronder netto lonen en de reservering voor niet-genoten vakantiedagen, alsmede kosten die betrekking hebben op het boekjaar 2025, maar die per balansdatum nog niet zijn gefactureerd.